De korte- en lange duinen


Peelrandbreuk


De onderstaande geologische kaart geeft met een oranje kleur een duidelijk begrensde, van zuidoost naar noordwest lopende, zone aan. Dit is de Roerdalslenk die in de laatste honderdduizend jaar is opgevuld met beekafzettingen en dekzanden. Zowel in het westen als in het oosten komen deze afzettingen slechts plaatselijk en veel minder dik voor. De Peelrandbreuk vormt hier de opmerkelijk rechte grens tussen de Roerdalslenk en de Peelhorst.
Onderzoek heeft uitgewezen dat de daling van de slenk niet schoksgewijs plaatsvindt, bijvoorbeeld bij aardbevingen (Uden, 1932; Roermond, 1992). De daling vindt namelijk heel geleidelijk plaats met een snelheid van circa een centimeter per eeuw. Dat lijkt te verwaarlozen, maar we moeten niet vergeten dat we met geologie te maken hebben en niet met leeftijden van mensen. Als gedurende het kwartair een daling van een cm per eeuw plaatsvindt, dan resulteert dat uiteindelijk in een hoogteverschil van meer dan 200 meter. Zoals gezegd heeft extra sedimentatie door rivieren, beken en de wind de daling nagenoeg bijgehouden en heeft de argeloze passant hier niet in de gaten wat voor bijzondere geologische processen hier gespeeld hebben. Hooguit zal hij zich verbazen over het roestige water dat hier voorkomt.

> Lees meer

De korte- en lange duinen

Voorwoord In de gemeente Soest zijn in 1997 de gemeentelijke stuifzandgebieden "De Lange Duinen" en "De Korte Duinen" tot 2e Aardkundig Monument in de provincie Utrecht benoemd. Een prima keuze van de provincie Utrecht en de gemeente Soest. Het werd de bekroning van een samenwerking, onder de veelzeggende titel "Laat maar waaien", die tot doel had het zand de kans te geven te blijven stuiven. Het stuiven van zand is een aardkundig proces.




Afb. 1 Luchtfoto De Lange Duinen

In het oosten van de provincie Utrecht bestaat de bodem voornamelijk uit zandige afzettingen. De kern vormt de enige tientallen meters hoge Utrechtse Heuvelrug. Dat is een stuwwal die in de voorlaatste ijstijd, zo'n 150.000 jaar geleden, is gevormd door het uit ScandinaviŽ oprukkende landijs. Om die Heuvelrug heen is in de laatste ijstijd, 70.000 - 10.000 jaar geleden, een dik zandpakket als een deken over het toenmalige landschap neergelegd. In de Middeleeuwen werden de zandvlaktes plaatselijk weer kaal door overbeweiding met schapen. De wind kreeg weer vat op het kale, droge zand. De Lange Duinen is een restant van zo'n stuifzandgebied.




Afb. 2 Dik pakket stuifzand

Het zand gaat stuiven als er voldoende wind is, het zand droog is en een beschermende begroeiing ontbreekt. Het zand wordt weer afgezet als de wind haar kracht verliest door obstakels in het landschap, zoals bomen of hoogten in het terrein. In de stuifheuvels en stuifdijken kan het stuifzand een aanzienlijke dikte bereiken. Soms heb je het geluk dat je even een impressie kunt krijgen van de minimale dikte van het stuifzandpakket.




Afb. 3 Vastlegging vormen door begroeiing

In de provincie Utrecht komen maar enkele stuifzandgebieden voor. Eigenlijk moet je zeggen "mochten" maar enkele stuifzandgebieden voorkomen. In de 19e eeuw kwamen er laag op de flanken van de Utrechtse Heuvelrug haast overal stuifzandgebieden voor. Angst voor het onderstuiven van de akkers en nederzettingen, de uitvinding van de kunstmest en de behoefte aan hout voor de mijnschachten zorgden er voor dat rond 1900 de bebossing in heel Nederland sterk toenam. We weten dat de stuifzandgebieden ooit veel groter waren, omdat het typische stuifzandreliŽf gespaard is. Door de bebossing werd de windkracht gebroken en bleef het oude relief, vastgelegd, voortbestaan.




Afb 4 Dagzomende lagen

In de stuifzandgebieden lijkt het vaak of je te maken hebt met een hele grote zandbank met witgeel zand. Op sommige plaatsen, met name in en onderlangs landduinen, zijn soms zwarte banden te zien. In 1983 werd een rioolpersleiding aangelegd door De Korte Duinen. Dat gaf de mogelijkheid om over grotere afstanden eens in de ondergrond te kijken. Dwars op de pijpleiding was hier een zwartige zone aan het oppervlak te zien.




Afb. 5 Blik in de ondergrond

De zwartige zone blijkt samen te vallen met een voormalig oppervlak van een dekzandgebied. Het reliŽf blijkt in de loop der tijd omgekeerd te zijn. Rechts is de voormalige laagte uit het dekzandgebied, waar venig materiaal aan het oppervlak lag, hoog in het landschap komen te liggen. Het hoogteverschil wordt nog geaccentueerd doordat op de venige laag nog stuifzand is afgezet. Links op de foto ontbreekt de dekzandondergrond. Dergelijke verschillen op korte afstanden zijn typerend voor stuifzandgebieden en dragen bij aan de grote diversiteit van deze gebieden.




Afb. 6 Diversiteit

In stuifzandgebieden komen grote verschillen voor. Temperatuurverschillen kunnen op een dag meer dan 40 graden zijn. De verschillen in de ondergrond op de vorige foto hebeen uiteraard invloed op eventuele begroeiing. Ook de vochtigheid kan sterk verschillen. Op de achtergrond zien we hogere droge gronden. Links is een uitgeblazen laagte zichtbaar. Het zand is hier weggeblazen tot op de vochtige ondergrond. Vaak hebben we hier te maken met schijngrondwaterspiegels. Het water stagneert dan op een slecht doorlatende leemlaag, bodemhorizont of venig materiaal. Als dit water verdampt is kan de winderosie opnieuw toeslaan. Rechts is een hoger, begroeid plateautje zichtbaar.




Afb. 7 Erosie door stromend water

De begroeiing op het plateautje hangt samen met een ondiepe slecht doorlatende laag. Soms is de bovengrond zo met water verzadigd dat er door het van het plateau afstromende water gullyvorming optreedt. Ook door deze in een stuifzandgebied onverwachte vorm van erosie kan het bestaande reliŽf aangetast worden.




Afb. 8 De pioniers

Onder de sterk wisselende en extreme omstandigheden kunnen maar weinig planten zich handhaven. Tot de pioniers die dat wel kunnen behoren behoort Zandzegge. De keurig op een rijtje staande planten zijn ondergronds met elkaar verbonden.




Afb. 9 Vliegdennen

Hoewel de Lange en de Korte Duinen enorme zandvlakte zijn, zijn ze te klein om zelfstandig voort te bestaan. Wanneer de lage begroeiing teveel toeneemt helpt de beheerder, de gemeente Soest, een handje door de begroeiing plaatselijk te verwijderen. Uiteraard wordt daarbij rekening gehouden met bestaande botanische waarden.




Afb. 10 Er mag gestampt worden

Het aardige bij dit monument is ook dat de bezoekers door hun betreding bijdragen aan de instandhouding ervan. Aan de genodigden bij de opening van het Aardkundig Monument op 6 september 1997 werd dan ook verteld dat op dit mooie monument gerust gestampt mag worden. Het is te hopen dat in de toekomst de gemeente, de provincie en het rijk elkaar zullen vinden om een uitbreiding van het areaal stuifzandgebied mogelijk te maken. Daarnaast helpen de recreanten ook een handje.


De Dommel dl 3




De huidige loop van de Dommel is als doorlopende watergang herkenbaar die uit het zuiden komt en een bocht naar het westen maakt.
De aangrenzende groene kleur staat voor beekdalbodem met meanderruggen en geulen.
De blauwgroene kleur geeft beekdalbodem met veen aan.
De geelgroene kleuren staan voor dekzandruggen die soms nog wat geaccentueerd zijn door een oud bouwlanddek.
Plaatselijk is het dekzand nog wat verstoven en treffen we lage landduinen met bijbehorende vlakten en laagten aan.

Onderstaande foto is bij fotopunt A genomen. We zien nog net wat stuifzandrelief en op de achtergrond water.

Uit de Geomorfologische Kaart kunnen we afleiden dat deze waterpartij ooit een veengebied binnen een beekdalbodem was. Hier heeft in het Laatglaciaal (voor 12.000 jaar geleden) een zeer grote meander van de Dommel gelopen die tegen de oostelijke dekzandruggen aanschuurde, maar er niet doorheen brak. Nadat de Dommel zich verplaatste naar zijn huidige loop, werd in het lage gebied, onder moerassige omstandigheden, een veenpakket gevormd. Het veen is door de mens weer weggegraven ten behoeve van turfwinning. Nu resteert er een zeer grote plas: de Moerkuilen. De naam is veelzeggend.

> Lees meer