De korte- en lange duinen


Kampina


De fotopunten 1 en 2 liggen bij het Belversven. Dat is een ven met een duidelijk afwijkend formaat en ook de orientatie (zuid noord) wijkt af van het algemene patroon (zuidwest noordoost). De hogere gronden die de hoogtekaart toont aan de oostzijde van het ven zijn ook duidelijk op de foto te zien.

De afwijkende vorm en orientatie heeft mensen aan het denken gezet. Hoewel er weinig onderzoeksgegevens beschikbaar zijn heeft men het idee dat we hier te maken hebben met een restant van een zuidnoord lopend smeltwaterdal, dat aan het einde van het Weichselien door dekzandvorming zijn loop heeft moeten verleggen. De drooggevallen laagte is toen door westelijk winden verder uitgeblazen, waardoor er aan de oostzijde extra zand geaccumuleerd is.

> Lees meer

De korte- en lange duinen

Voorwoord In de gemeente Soest zijn in 1997 de gemeentelijke stuifzandgebieden "De Lange Duinen" en "De Korte Duinen" tot 2e Aardkundig Monument in de provincie Utrecht benoemd. Een prima keuze van de provincie Utrecht en de gemeente Soest. Het werd de bekroning van een samenwerking, onder de veelzeggende titel "Laat maar waaien", die tot doel had het zand de kans te geven te blijven stuiven. Het stuiven van zand is een aardkundig proces.




Afb. 1 Luchtfoto De Lange Duinen

In het oosten van de provincie Utrecht bestaat de bodem voornamelijk uit zandige afzettingen. De kern vormt de enige tientallen meters hoge Utrechtse Heuvelrug. Dat is een stuwwal die in de voorlaatste ijstijd, zo'n 150.000 jaar geleden, is gevormd door het uit ScandinaviŽ oprukkende landijs. Om die Heuvelrug heen is in de laatste ijstijd, 70.000 - 10.000 jaar geleden, een dik zandpakket als een deken over het toenmalige landschap neergelegd. In de Middeleeuwen werden de zandvlaktes plaatselijk weer kaal door overbeweiding met schapen. De wind kreeg weer vat op het kale, droge zand. De Lange Duinen is een restant van zo'n stuifzandgebied.




Afb. 2 Dik pakket stuifzand

Het zand gaat stuiven als er voldoende wind is, het zand droog is en een beschermende begroeiing ontbreekt. Het zand wordt weer afgezet als de wind haar kracht verliest door obstakels in het landschap, zoals bomen of hoogten in het terrein. In de stuifheuvels en stuifdijken kan het stuifzand een aanzienlijke dikte bereiken. Soms heb je het geluk dat je even een impressie kunt krijgen van de minimale dikte van het stuifzandpakket.




Afb. 3 Vastlegging vormen door begroeiing

In de provincie Utrecht komen maar enkele stuifzandgebieden voor. Eigenlijk moet je zeggen "mochten" maar enkele stuifzandgebieden voorkomen. In de 19e eeuw kwamen er laag op de flanken van de Utrechtse Heuvelrug haast overal stuifzandgebieden voor. Angst voor het onderstuiven van de akkers en nederzettingen, de uitvinding van de kunstmest en de behoefte aan hout voor de mijnschachten zorgden er voor dat rond 1900 de bebossing in heel Nederland sterk toenam. We weten dat de stuifzandgebieden ooit veel groter waren, omdat het typische stuifzandreliŽf gespaard is. Door de bebossing werd de windkracht gebroken en bleef het oude relief, vastgelegd, voortbestaan.




Afb 4 Dagzomende lagen

In de stuifzandgebieden lijkt het vaak of je te maken hebt met een hele grote zandbank met witgeel zand. Op sommige plaatsen, met name in en onderlangs landduinen, zijn soms zwarte banden te zien. In 1983 werd een rioolpersleiding aangelegd door De Korte Duinen. Dat gaf de mogelijkheid om over grotere afstanden eens in de ondergrond te kijken. Dwars op de pijpleiding was hier een zwartige zone aan het oppervlak te zien.




Afb. 5 Blik in de ondergrond

De zwartige zone blijkt samen te vallen met een voormalig oppervlak van een dekzandgebied. Het reliŽf blijkt in de loop der tijd omgekeerd te zijn. Rechts is de voormalige laagte uit het dekzandgebied, waar venig materiaal aan het oppervlak lag, hoog in het landschap komen te liggen. Het hoogteverschil wordt nog geaccentueerd doordat op de venige laag nog stuifzand is afgezet. Links op de foto ontbreekt de dekzandondergrond. Dergelijke verschillen op korte afstanden zijn typerend voor stuifzandgebieden en dragen bij aan de grote diversiteit van deze gebieden.




Afb. 6 Diversiteit

In stuifzandgebieden komen grote verschillen voor. Temperatuurverschillen kunnen op een dag meer dan 40 graden zijn. De verschillen in de ondergrond op de vorige foto hebeen uiteraard invloed op eventuele begroeiing. Ook de vochtigheid kan sterk verschillen. Op de achtergrond zien we hogere droge gronden. Links is een uitgeblazen laagte zichtbaar. Het zand is hier weggeblazen tot op de vochtige ondergrond. Vaak hebben we hier te maken met schijngrondwaterspiegels. Het water stagneert dan op een slecht doorlatende leemlaag, bodemhorizont of venig materiaal. Als dit water verdampt is kan de winderosie opnieuw toeslaan. Rechts is een hoger, begroeid plateautje zichtbaar.




Afb. 7 Erosie door stromend water

De begroeiing op het plateautje hangt samen met een ondiepe slecht doorlatende laag. Soms is de bovengrond zo met water verzadigd dat er door het van het plateau afstromende water gullyvorming optreedt. Ook door deze in een stuifzandgebied onverwachte vorm van erosie kan het bestaande reliŽf aangetast worden.




Afb. 8 De pioniers

Onder de sterk wisselende en extreme omstandigheden kunnen maar weinig planten zich handhaven. Tot de pioniers die dat wel kunnen behoren behoort Zandzegge. De keurig op een rijtje staande planten zijn ondergronds met elkaar verbonden.




Afb. 9 Vliegdennen

Hoewel de Lange en de Korte Duinen enorme zandvlakte zijn, zijn ze te klein om zelfstandig voort te bestaan. Wanneer de lage begroeiing teveel toeneemt helpt de beheerder, de gemeente Soest, een handje door de begroeiing plaatselijk te verwijderen. Uiteraard wordt daarbij rekening gehouden met bestaande botanische waarden.




Afb. 10 Er mag gestampt worden

Het aardige bij dit monument is ook dat de bezoekers door hun betreding bijdragen aan de instandhouding ervan. Aan de genodigden bij de opening van het Aardkundig Monument op 6 september 1997 werd dan ook verteld dat op dit mooie monument gerust gestampt mag worden. Het is te hopen dat in de toekomst de gemeente, de provincie en het rijk elkaar zullen vinden om een uitbreiding van het areaal stuifzandgebied mogelijk te maken. Daarnaast helpen de recreanten ook een handje.


Brabantse Wal (en Boudewijngroeve)


Ter oriŽntatie: midden op bovenstaande kaart liggen Woensdrecht en Hoogerheide en onderaan Ossendrecht. Op deze hoogtekaart staan ook wat rode getallen. Dat zijn plaatsen waar ik op excursie geweest ben en de omgeving gefotografeerd heb. In het onderstaande wordt daar naar verwezen.

Kees Kasse heeft indertijd voor de bovengenoemde Brabantspecial een artikel geschreven over de Brabantse Wal en de Boudewijngroeve. Het informatiepaneel dat in het veld staat geeft uiteraard ook wat toelichting.

Op het geologische gedeelte van het paneel is het grote hoogteverschil duidelijk te zien tussen de recente afzettingen van de Schelde en de oudere getijde afzettingen. Door opheffing van Brabant zijn die laatstgenoemde afzettingen hoger komen te liggen. Ze worden nog afgedekt door dekzanden, die aan het slot van de laatste ijstijd zijn neergelegd. Meestal zijn die dekzanden later nog verstoven. Riviererosie, met name door de Schelde, heeft van de overgangszone een langgerekte (>20 km) steilrand gemaakt. De 10 a 20 meter hoge steilrand is door afstromende beekjes, loodrecht op de steilrand, flink versneden en daardoor heeft de overgang op de hoogtekaart een gekarteld uiterlijk gekregen.

Een voordeel van al dat schrale zand op het hogere gedeelte is wel dat de landbouwkundige waarde gering was. Veel van die gronden zijn daardoor uiteindelijk relatief weinig verstoord in handen van groene organisaties gekomen.

> Lees meer