Mijzen


Peelrandbreuk


De onderstaande geologische kaart geeft met een oranje kleur een duidelijk begrensde, van zuidoost naar noordwest lopende, zone aan. Dit is de Roerdalslenk die in de laatste honderdduizend jaar is opgevuld met beekafzettingen en dekzanden. Zowel in het westen als in het oosten komen deze afzettingen slechts plaatselijk en veel minder dik voor. De Peelrandbreuk vormt hier de opmerkelijk rechte grens tussen de Roerdalslenk en de Peelhorst.
Onderzoek heeft uitgewezen dat de daling van de slenk niet schoksgewijs plaatsvindt, bijvoorbeeld bij aardbevingen (Uden, 1932; Roermond, 1992). De daling vindt namelijk heel geleidelijk plaats met een snelheid van circa een centimeter per eeuw. Dat lijkt te verwaarlozen, maar we moeten niet vergeten dat we met geologie te maken hebben en niet met leeftijden van mensen. Als gedurende het kwartair een daling van een cm per eeuw plaatsvindt, dan resulteert dat uiteindelijk in een hoogteverschil van meer dan 200 meter. Zoals gezegd heeft extra sedimentatie door rivieren, beken en de wind de daling nagenoeg bijgehouden en heeft de argeloze passant hier niet in de gaten wat voor bijzondere geologische processen hier gespeeld hebben. Hooguit zal hij zich verbazen over het roestige water dat hier voorkomt.

> Lees meer

Mijzen






De provincie Noord Holland heeft op 29 november 2007 haar 9e aardkundige monument benoemd. Dit keer was de polder Mijzen aan de beurt. Een indruk van de landschappelijke ligging van de polder Mijzen krijgen we door de eerste 2 geomorfologische kaartjes. De eerste kaart toont een doorsnede door de provincie Noord Holland. Van links naar rechts zien we de recent gevormde jonge duinen (gele kleuren) langs de kust. Meer het binnenland in ligt van noord nar zuid een hele rij steden. Dat is niet toevallig. Veelal zijn de oude kernen ontstaan op de oude strandwallen (lichtgele kleur) die duizenden jaren geleden (vanaf ca . 4300 v. C.) onze kust markeerden. Veel is daar niet van te zien op de kaart, omdat ze onder de bebouwing liggen. Meer naar het oosten lagen in die tijd zeekleiafzettingen aan het oppervlak. Daarop vormde zich in de loop der tijd dikke veenpakketten.






We zin daar nu een afwisseling van blauwe en paarse kleuren op de geomorfologische kaart. De lichtblauwe kleur (letter A) geeft een ‘vlakte van zee- of meerbodemafzettingen’ weer. Hier lag ooit ook een moerassig veengebied. Het veen is echter in de Middeleeuwen plaatselijk weggegraven en door erosie zijn natuurlijke watergangen vergroot tot imposante meren. Deze meren zijn in de 17e eeuw drooggelegd. Op de linkerkant van de foto ligt de Schermer, die in 1635 is drooggelegd. Rechtsonder ligt de Beemster. In het midden ligt Schermerhorn, met in het noorden Polder Mijzen (B) en in het zuiden de Eilandspolder (C). De polder Mijzen staat op de Geomorfologische kaart aangegeven als een ontgonnen veenvlakte. Het is een agrarisch gebied met hoge waterstanden en brede sloten. In de Eilandspolder staan op de geomorfologische kaart zogenoemde petgaten aangegeven. Het veen is hier uitgebaggerd en op de legakkers te drogen gelegd, waarna het uiteindelijk als turf opgestookt kon worden.






In een dwarsdoorsnede, afkomstig van het nog te noemen paneel, is dit nog eens uitgebeeld. De groen ondergrond bestaat uit zeeklei en ligt tot op een hoogte van 4 m. – NAP. Ooit was het gehele gebied bedekt met veen. Dat geeft het beige kleurtje op de achtergrond weer. De maximale oorspronkelijke hoogte wordt geschat op 2 m. NAP. Door afgraven, klink en oxydatie verdwijnt het veen. Erosie door overstromingen vanuit natuurlijke watergangen hebben echter ook een grote rol gespeeld. In de Schermer (links in het dwarsprofiel) en de Beemster (rechts) is het veen geheel verdwenen. Slechts ter hoogte van de Eilandspolder en de polder Mijzen is een gedeelte van dit veenpakket bewaard. Door het handhaven van hoge waterstanden kan hier de klink en oxydatie tot een minimum beperkt worden.






Op de luchtfoto ligt in het midden Schermerhorn. Op de achtergrond de wat ruigere begroeiing van de Eilandspolder zichtbaar. Rechts, met een maaiveldhoogte van ca 2 m. – NAP ligt de polder Mijzen, met hier en daar nog een kronkelend waterloopje. Het gebied is zichtbaar waterrijker als de 2 m. dieper gelegen Beemster, links op de foto.






Gedeputeerde Albert Moens is hier nog geheel verdiept in de special van Grondboor & Hamer die dit jaar voor hem gemaakt is. Hierin staan de eerste zeven aardkundige monumenten van Noord Holland beschreven. Eerder in 2007 is de Vecht en Aetsveldsche Polder door het bestuur van Noord Holland als 8e Aardkundige Monument benoemd. Nu staat hij op het punt om nr 9 te onthullen.






Na toelichtingen door de heren de Gans, van Gerrevink , burgemeester Moeijes en Moens vertrekken de genodigden naar buiten. De regen is zowaar opgehouden, waardoor het prachtige landschap weer zichtbaar wordt. Rechts van het Zwet ligt de bebouwing van Schermerhorn. Links is de overgang naar de polder Mijzen.






's Morgens leek het er nog niet op dat de regen ooit zou ophouden en inderhaast had de provincie nog een tent laten aanrukken. De gasten zouden dan tijdens de onthulling van het paneel droog kunnen blijven.






Het weer hield zich gedurende de onthulling echter uitstekend en de genodigden prefereerden dan ook het zonnetje.






Uiteraard werd het paneel met gepaste trots onthuld. Hierop kunnen passanten nog eens door een paar woorden en figuren kennismaken met de aardkundige geschiedenis van het gebied.






Met op de achtergrond enkele schilderachtige molens en rechts nog een blik werpend op de laaggelegen polder Mijzen vertrekt het gezelschap weer voor een drankje naar ’s Lands Welvaren in het centrum van Schermerhorn. Uiteraard werd hierbij door Grondboor & Hamer de provincie, in de vorm van de heren Moens en Khodabux, van harte gefeliciteerd met hun 9e succesrijke benoeming van een Aardkundig Monument.

Bronnen:

Afbeeldingen
Luchtfoto en doorsnede: folder provincie Noord Holland
overige foto's BOHO-team.
geomorfologische kaart: Alterra, Wageningen UR

Literatuur:
Hoogendoorn, W.,
Zwerfsteneneiland Maarn en andere aardkundige monumenten. KNNV Uitgeverij 2006
Hoogendoorn, W., e.a. Special: aardkundige excursiepunten Noord Holland 2007, jrg. 61 nr 1, blz. 1 - 35.


De Grebbeberg


In 1995, het Europees Natuurbeschermingsjaar, werden veel projecten op het gebied van natuur en landschap uitgevoerd. Een heel bijzonder initiatief werd genomen door de provincie Utrecht. Zij stelde de niet-levende natuur centraal met haar idee om een landelijk netwerk te ontwikkelen van Aardkundige Monumenten. Uiteraard werd daarbij begonnen in de provincie Utrecht. Als eerste aardkundig monument werd door gedeputeerde Staten de zuidflank van de Grebbeberg benoemd.

De Grebbeberg is de zuidelijke punt van een tientallen meters hoge stuwwalrug, die in een boog van Amersfoort naar Rhenen loopt.. Deze stuwwal is zon 150.000 jaar geleden gevormd door honderden meters dik landijs dat langzaam van Scandinavië naar Nederland "stroomde". Ooit liep de stuwwal nog verder naar het zuiden om vervolgens weer naar het noorden om te buigen en aan te sluiten op de stuwwal van Ede - Wageningen.

Door het woeste water van de Rijn werd de zuidelijke punt van de stuwwalboog langzamerhand weggeslagen en naar zee getransporteerd. Wat overbleef was een zeer steile helling voor Nederlandse begrippen. We denken immers vaak dat Nederland zo plat is als een pannenkoek. Via een bielzen trap kunnen we de steile helling beklimmen en bij goed weer boven van een prachtig uitzicht over het rivierengebied genieten.

> Lees meer