Kampina


Brabantse Wal (en Boudewijngroeve)


Ter oriŽntatie: midden op bovenstaande kaart liggen Woensdrecht en Hoogerheide en onderaan Ossendrecht. Op deze hoogtekaart staan ook wat rode getallen. Dat zijn plaatsen waar ik op excursie geweest ben en de omgeving gefotografeerd heb. In het onderstaande wordt daar naar verwezen.

Kees Kasse heeft indertijd voor de bovengenoemde Brabantspecial een artikel geschreven over de Brabantse Wal en de Boudewijngroeve. Het informatiepaneel dat in het veld staat geeft uiteraard ook wat toelichting.

> Lees meer

Kampina

25 februari 2011
Dit verhaal vormt het slot van een drieluik over de vennen nabij Oisterwijk (zie ook Oisterwijkse Vennen dl 1 en dl 2).

Op de hoogtekaart (van laag naar hoog: blauw groen geel bruin) staan de gebruikte fotopunten afgebeeld. Het overheersende beeld is ook hier dat van zuidwest noordoost gerichte uitgeblazen laagten. Aan de oostelijke uiteinden is zand uit de uitgeblazen laagten neergelegd als landduinen. Na vorming van een ondoorlatende ondergrond, bijvoorbeeld door het ontstaan van een podsolbodem, stagneert het water in de laagten. Onder zuurstofarme omstandigheden kan veenvorming plaatsvinden. In de loop der tijd is dat veen regelmatig gewonnen als brandstof.




Hoogtekaart met fotopunten

De fotopunten 1 en 2 liggen bij het Belversven. Dat is een ven met een duidelijk afwijkend formaat en ook de orientatie (zuid noord) wijkt af van het algemene patroon (zuidwest noordoost). De hogere gronden die de hoogtekaart toont aan de oostzijde van het ven zijn ook duidelijk op de foto te zien.

De afwijkende vorm en orientatie heeft mensen aan het denken gezet. Hoewel er weinig onderzoeksgegevens beschikbaar zijn heeft men het idee dat we hier te maken hebben met een restant van een zuidnoord lopend smeltwaterdal, dat aan het einde van het Weichselien door dekzandvorming zijn loop heeft moeten verleggen. De drooggevallen laagte is toen door westelijk winden verder uitgeblazen, waardoor er aan de oostzijde extra zand geaccumuleerd is.




Het Belversven gezien vanuit het zuidwesten

Door beheersmaatregelen is het relief aangetast. Mogelijk is de rug later nog wat extra door verstuiving geaccentueerd, maar de podsolverschijnselen wijzen op een hogere ouderdom.




De oostzijde van het Belversven.

De hoogtekaart toont dat ten oosten van het Belversven een hogere rug van zuidoost naar noordwest loopt (met de punten 3 en 4). Juist ten oosten van dit ruggetje ligt een aantal vennetjes op een rij. Deze vennetjes vallen allemaal snel droog, zoals deze foto uit mei duidelijk maakt.




Sommige vennen vallen snel droog

Hier ben ik bij punt 4. Ik sta boven op de rug en kijk naar het oosten. Zoals gezegd drogen deze vennetjes hier al vroeg in het seizoen op.




Zicht vanaf de rug naar het oosten

Als we naar de andere kant, het westen, kijken zien we het Brandven. Dat ligt bovenop de dekzandrug en bevat volop water. Sommigen zien in dit enigszins ronde ven een pingoruine. Gegevens over de diepte van het water inclusief eventuele gyttja of veen ontbreken echter. Ook is niet bekend waar de gehele randrug uit bestaat. Daarom is enige voorzichtigheid geboden. Als we op de hoogtekaart kijken kunnen we net zo goed concluderen dat het een uitgeblazen laagte tussen de armen van een paraboolduin is. Er is namelijk weliswaar rond het hele ven een randrug aanwezig, maar aan de westelijke zijde is de rug wat lager. Onder onze voeten ligt nog wat stuifzand bovenop het dekzand.

Iets ten noorden van punt 3 (zie hoogtekaart) is een vergelijkbaar patroon te zien van een vennetje in een paraboolduin.




Zicht vanaf de rug naar het westen

Zoals gezegd is er aan de westzijde van het Brandven ook een randrug aanwezig, ook al is de rug wat lager als elders langs dit ven.




Blik op het Brandven vanuit het westen

We gaan verder naar punt 5. Hier is een overvloed aan waterplanten zichtbaar.




Volop waterplanten

Bij de Oisterwijkse Vennen is al vermeld dat op diverse plaatsen beheersmaatregelen zijn genomen, zoals bijvoorbeeld het uitbaggeren van het Van Esschenven en het Voorste Goorven in 1995. Ook op de Kampina is men druk bezig. Hier zien we bij het Kogelvangersven (fotopunt 6) dat de oevers flink aangepakt worden.




Beheersmaatregelen bij het Kogelvangersven

Aan de oostzijde van het Kogelvangersven zijn de landduinen zichtbaar die ongetwijfeld verantwoordelijk zijn voor de naamgeving van dit ven. Bij het bekijken van de hoogtekaart kunnen we ons goed voorstellen dat de laagten (de huidige vennen) nog eens flink uitgeblazen zijn, waarbij de westelijke winden aan de oostzijde een flink complex van landduinen hebben neergelegd.




De kogelvangers

Hier zijn we bij fotopunt 7, de Huisvennen. Een dergelijke naam geeft aan dat de inwoners hier indertijd hun veen wonnen om over brandstof te kunnen beschikken. We zouden kunnen zeggen dat de oude ontginners het beheerswerk en daardoor de natuur als onbedoeld bijproduct realiseerden. Nu is er ook veenvorming maar wordt het veen niet meer door arme omwonenden weggehaald en moet Natuurmonumenten zelf aan de slag.




De Huisvennen

Bij het Ganzenven (fotopunt 8) kun je van achter een schutting door een kijkspleet vogels bekijken.




Vogels kijken bij het Ganzenven

In een gebied als de Kampina of de Oisterwijkse Bossen en Vennen hebben we de neiging van ven tot ven te lopen. In het terrein zijn echter ook nog wel typische hoogteverschillen te zien zoals hier bij punt 9. (zie ook de hoogtekaart).




Hoogteverschillen onderweg

Bronnen:

Afbeeldingen:
BOHO-team.
AHN kaart: Provincie Noord-Brabant


Literatuur:
Hoogendoorn, W., Weertz, J&E. 2009 Kampina & Oisterwijkse Bossen en Vennen. Grondboor & Hamer jrg 63, 2009 nr 6, p 167 tm 172
Hoogendoorn, W., Zwerfsteneneiland Maarn en andere aardkundige monumenten. KNNV Uitgeverij 2006
Lezing 11 van de Stichting Vrienden van het Zwerfsteneneiland


Mijzen


De provincie Noord Holland heeft op 29 november 2007 haar 9e aardkundige monument benoemd. Dit keer was de polder Mijzen aan de beurt. Een indruk van de landschappelijke ligging van de polder Mijzen krijgen we door de eerste 2 geomorfologische kaartjes. De eerste kaart toont een doorsnede door de provincie Noord Holland. Van links naar rechts zien we de recent gevormde jonge duinen (gele kleuren) langs de kust. Meer het binnenland in ligt van noord nar zuid een hele rij steden. Dat is niet toevallig. Veelal zijn de oude kernen ontstaan op de oude strandwallen (lichtgele kleur) die duizenden jaren geleden (vanaf ca . 4300 v. C.) onze kust markeerden. Veel is daar niet van te zien op de kaart, omdat ze onder de bebouwing liggen. Meer naar het oosten lagen in die tijd zeekleiafzettingen aan het oppervlak. Daarop vormde zich in de loop der tijd dikke veenpakketten.

We zin daar nu een afwisseling van blauwe en paarse kleuren op de geomorfologische kaart. De lichtblauwe kleur (letter A) geeft een Ďvlakte van zee- of meerbodemafzettingení weer. Hier lag ooit ook een moerassig veengebied. Het veen is echter in de Middeleeuwen plaatselijk weggegraven en door erosie zijn natuurlijke watergangen vergroot tot imposante meren. Deze meren zijn in de 17e eeuw drooggelegd. Op de linkerkant van de foto ligt de Schermer, die in 1635 is drooggelegd. Rechtsonder ligt de Beemster. In het midden ligt Schermerhorn, met in het noorden Polder Mijzen (B) en in het zuiden de Eilandspolder (C). De polder Mijzen staat op de Geomorfologische kaart aangegeven als een ontgonnen veenvlakte. Het is een agrarisch gebied met hoge waterstanden en brede sloten. In de Eilandspolder staan op de geomorfologische kaart zogenoemde petgaten aangegeven. Het veen is hier uitgebaggerd en op de legakkers te drogen gelegd, waarna het uiteindelijk als turf opgestookt kon worden.

> Lees meer