Kampina


Peelrandbreuk


De onderstaande geologische kaart geeft met een oranje kleur een duidelijk begrensde, van zuidoost naar noordwest lopende, zone aan. Dit is de Roerdalslenk die in de laatste honderdduizend jaar is opgevuld met beekafzettingen en dekzanden. Zowel in het westen als in het oosten komen deze afzettingen slechts plaatselijk en veel minder dik voor. De Peelrandbreuk vormt hier de opmerkelijk rechte grens tussen de Roerdalslenk en de Peelhorst.
Onderzoek heeft uitgewezen dat de daling van de slenk niet schoksgewijs plaatsvindt, bijvoorbeeld bij aardbevingen (Uden, 1932; Roermond, 1992). De daling vindt namelijk heel geleidelijk plaats met een snelheid van circa een centimeter per eeuw. Dat lijkt te verwaarlozen, maar we moeten niet vergeten dat we met geologie te maken hebben en niet met leeftijden van mensen. Als gedurende het kwartair een daling van een cm per eeuw plaatsvindt, dan resulteert dat uiteindelijk in een hoogteverschil van meer dan 200 meter. Zoals gezegd heeft extra sedimentatie door rivieren, beken en de wind de daling nagenoeg bijgehouden en heeft de argeloze passant hier niet in de gaten wat voor bijzondere geologische processen hier gespeeld hebben. Hooguit zal hij zich verbazen over het roestige water dat hier voorkomt.

> Lees meer

Kampina

25 februari 2011
Dit verhaal vormt het slot van een drieluik over de vennen nabij Oisterwijk (zie ook Oisterwijkse Vennen dl 1 en dl 2).

Op de hoogtekaart (van laag naar hoog: blauw groen geel bruin) staan de gebruikte fotopunten afgebeeld. Het overheersende beeld is ook hier dat van zuidwest noordoost gerichte uitgeblazen laagten. Aan de oostelijke uiteinden is zand uit de uitgeblazen laagten neergelegd als landduinen. Na vorming van een ondoorlatende ondergrond, bijvoorbeeld door het ontstaan van een podsolbodem, stagneert het water in de laagten. Onder zuurstofarme omstandigheden kan veenvorming plaatsvinden. In de loop der tijd is dat veen regelmatig gewonnen als brandstof.




Hoogtekaart met fotopunten

De fotopunten 1 en 2 liggen bij het Belversven. Dat is een ven met een duidelijk afwijkend formaat en ook de orientatie (zuid noord) wijkt af van het algemene patroon (zuidwest noordoost). De hogere gronden die de hoogtekaart toont aan de oostzijde van het ven zijn ook duidelijk op de foto te zien.

De afwijkende vorm en orientatie heeft mensen aan het denken gezet. Hoewel er weinig onderzoeksgegevens beschikbaar zijn heeft men het idee dat we hier te maken hebben met een restant van een zuidnoord lopend smeltwaterdal, dat aan het einde van het Weichselien door dekzandvorming zijn loop heeft moeten verleggen. De drooggevallen laagte is toen door westelijk winden verder uitgeblazen, waardoor er aan de oostzijde extra zand geaccumuleerd is.




Het Belversven gezien vanuit het zuidwesten

Door beheersmaatregelen is het relief aangetast. Mogelijk is de rug later nog wat extra door verstuiving geaccentueerd, maar de podsolverschijnselen wijzen op een hogere ouderdom.




De oostzijde van het Belversven.

De hoogtekaart toont dat ten oosten van het Belversven een hogere rug van zuidoost naar noordwest loopt (met de punten 3 en 4). Juist ten oosten van dit ruggetje ligt een aantal vennetjes op een rij. Deze vennetjes vallen allemaal snel droog, zoals deze foto uit mei duidelijk maakt.




Sommige vennen vallen snel droog

Hier ben ik bij punt 4. Ik sta boven op de rug en kijk naar het oosten. Zoals gezegd drogen deze vennetjes hier al vroeg in het seizoen op.




Zicht vanaf de rug naar het oosten

Als we naar de andere kant, het westen, kijken zien we het Brandven. Dat ligt bovenop de dekzandrug en bevat volop water. Sommigen zien in dit enigszins ronde ven een pingoruine. Gegevens over de diepte van het water inclusief eventuele gyttja of veen ontbreken echter. Ook is niet bekend waar de gehele randrug uit bestaat. Daarom is enige voorzichtigheid geboden. Als we op de hoogtekaart kijken kunnen we net zo goed concluderen dat het een uitgeblazen laagte tussen de armen van een paraboolduin is. Er is namelijk weliswaar rond het hele ven een randrug aanwezig, maar aan de westelijke zijde is de rug wat lager. Onder onze voeten ligt nog wat stuifzand bovenop het dekzand.

Iets ten noorden van punt 3 (zie hoogtekaart) is een vergelijkbaar patroon te zien van een vennetje in een paraboolduin.




Zicht vanaf de rug naar het westen

Zoals gezegd is er aan de westzijde van het Brandven ook een randrug aanwezig, ook al is de rug wat lager als elders langs dit ven.




Blik op het Brandven vanuit het westen

We gaan verder naar punt 5. Hier is een overvloed aan waterplanten zichtbaar.




Volop waterplanten

Bij de Oisterwijkse Vennen is al vermeld dat op diverse plaatsen beheersmaatregelen zijn genomen, zoals bijvoorbeeld het uitbaggeren van het Van Esschenven en het Voorste Goorven in 1995. Ook op de Kampina is men druk bezig. Hier zien we bij het Kogelvangersven (fotopunt 6) dat de oevers flink aangepakt worden.




Beheersmaatregelen bij het Kogelvangersven

Aan de oostzijde van het Kogelvangersven zijn de landduinen zichtbaar die ongetwijfeld verantwoordelijk zijn voor de naamgeving van dit ven. Bij het bekijken van de hoogtekaart kunnen we ons goed voorstellen dat de laagten (de huidige vennen) nog eens flink uitgeblazen zijn, waarbij de westelijke winden aan de oostzijde een flink complex van landduinen hebben neergelegd.




De kogelvangers

Hier zijn we bij fotopunt 7, de Huisvennen. Een dergelijke naam geeft aan dat de inwoners hier indertijd hun veen wonnen om over brandstof te kunnen beschikken. We zouden kunnen zeggen dat de oude ontginners het beheerswerk en daardoor de natuur als onbedoeld bijproduct realiseerden. Nu is er ook veenvorming maar wordt het veen niet meer door arme omwonenden weggehaald en moet Natuurmonumenten zelf aan de slag.




De Huisvennen

Bij het Ganzenven (fotopunt 8) kun je van achter een schutting door een kijkspleet vogels bekijken.




Vogels kijken bij het Ganzenven

In een gebied als de Kampina of de Oisterwijkse Bossen en Vennen hebben we de neiging van ven tot ven te lopen. In het terrein zijn echter ook nog wel typische hoogteverschillen te zien zoals hier bij punt 9. (zie ook de hoogtekaart).




Hoogteverschillen onderweg

Bronnen:

Afbeeldingen:
BOHO-team.
AHN kaart: Provincie Noord-Brabant


Literatuur:
Hoogendoorn, W., Weertz, J&E. 2009 Kampina & Oisterwijkse Bossen en Vennen. Grondboor & Hamer jrg 63, 2009 nr 6, p 167 tm 172
Hoogendoorn, W., Zwerfsteneneiland Maarn en andere aardkundige monumenten. KNNV Uitgeverij 2006
Lezing 11 van de Stichting Vrienden van het Zwerfsteneneiland


De Bol


In het zuidwesten van de provincie Utrecht zijn in de uiterwaarden van de Lek enkele prachtige aardkundige fenomenen in de vorm van rivierduinen op een voormalig eiland en een getijdekreek te herkennen. De getijdekreek is prima van af de winterdijk te zien. Bij een bezoek aan de rivierduinen moet rekening gehouden worden met de hoogte van het rivierwater in verband met de begaanbaarheid van de strekdam. Prachtig zijn op deze foto ook de copeontginningen in de Lopikerwaard te zien, maar daar gaat het ons nu niet om.

Wanneer we nog even in de lucht blijven en verder naar het westen kijken dan zien we binnendijks hoe dicht de boerderijen van Willige Langerak hier tegen de winterdijk gelegen zijn. Aan de rivierzijde van de winterdijk, de buitendijkse zijde, liggen allemaal kleiputten. Die getuigen nog van het regelmatige dijkonderhoud dat met de klei uit deze putjes gepleegd is. In de verte lijkt al weer een eiland zichtbaar.

> Lees meer