Nieuwvliet 1: haaientand


Mijzen


De provincie Noord Holland heeft op 29 november 2007 haar 9e aardkundige monument benoemd. Dit keer was de polder Mijzen aan de beurt. Een indruk van de landschappelijke ligging van de polder Mijzen krijgen we door de eerste 2 geomorfologische kaartjes. De eerste kaart toont een doorsnede door de provincie Noord Holland. Van links naar rechts zien we de recent gevormde jonge duinen (gele kleuren) langs de kust. Meer het binnenland in ligt van noord nar zuid een hele rij steden. Dat is niet toevallig. Veelal zijn de oude kernen ontstaan op de oude strandwallen (lichtgele kleur) die duizenden jaren geleden (vanaf ca . 4300 v. C.) onze kust markeerden. Veel is daar niet van te zien op de kaart, omdat ze onder de bebouwing liggen. Meer naar het oosten lagen in die tijd zeekleiafzettingen aan het oppervlak. Daarop vormde zich in de loop der tijd dikke veenpakketten.

> Lees meer

Nieuwvliet 1: haaientand

18 oktober 2012

Dit jaar hebben we de herfstvakantie doorgebracht in Zeeuws Vlaanderen, in Nieuwvliet-Bad. We hebben diverse aardkundige fenomenen gezocht en bezocht, maar omdat ons bungalowpark tegen de duinen aan lag en het aardig weer was, hebben we menig uurtje op het strand doorgebracht.

Gelijk over de duinen lag de Verdronken Zwarte Polder. Dat is een slufter, waar de zee een duidelijke inham landinwaarts gemaakt heeft. Op deze bij eb gemaakte foto komt de breedte van de inham goed tot uiting.




De brede inham van de Verdronken Zwarte Polder

Op het strand is het voor de tijd van het jaar nog aardig druk. Opvallend is het dat veel mensen de indruk maken hun religieuze behoefte te doen. Dat is maar schijn. Men is massaal op zoek naar haaientanden. Vroeger gebeurde dat met name in Cadzand en aan de overkant bij de Kaloot, maar onder andere als gevolg van de kustversterking, is nu de Verdronken Zwarte Polder een geliefde zoekplaats geworden.




Zoekende recreanten

Vrijwel iedereen loopt daar naar de grond te staren. Meestal is het strand gelijk na vloed echter al afgestroopt door handelaren en fanatieke verzamelaars. Aan de oostzijde van de inham wordt echter aan de vloedlijn de hele dag tussen het schelpengruis intensief naar haaientanden gezocht. Sommigen vinden het leuk om een tand te vinden en als souvenir mee te nemen en anderen proberen door zeven te gebruiken het aantal flink op te voeren.




Zoek met de hand of door te zeven

Het tijdens de vloed door de kreken binnendringende water legt zijn transportlast ook aan de andere kant van de bedding neer. Daar wordt uiteraard ook gezocht.




Zoeken aan beide zijden van de kreek

De vondst van een haaientand leidt vaak tot grote vreugde bij de speurder.




Bingo. Een haaientand gevonden

De tientallen tanden die ik deze week door allerlei speurders heb zien vinden waren overigens allemaal van een kleine soort. Mogelijk waren grotere exemplaren al door de eerder genoemde handelaren en fanatieke speurders gevonden.




Een kleine haaientand

Met name in het drogere schelpengruis zijn de tanden door hun kleur en glans herkenbaar. Vaak is het materiaal dermate versleten of verweerd dat de vorm niet echt meer doet denken aan een tand.




Al dan niet verweerde vormen

Als je een mooi exemplaar, kleiner dan een cm, flink uitvergroot dan wordt het toch wel weer een indrukwekkende vondst.

Al met al is het toch wel een bijzonder aardkundig fenomeen dat haaientanden uit geheel andere tijdperken, met andere klimatologische omstandigheden, plaatselijk door erosie uit de bodem van de Westerschelde worden losgewoeld en op de aangrenzende stranden van De Kaloot, Cadzand en in ons geval de Verdronken Zwarte Polder in Nieuwvliet-Bad opnieuw gesedimenteerd worden.




Een uitvergroting

Afbeeldingen: BOHOteam


De korte- en lange duinen


In het oosten van de provincie Utrecht bestaat de bodem voornamelijk uit zandige afzettingen. De kern vormt de enige tientallen meters hoge Utrechtse Heuvelrug. Dat is een stuwwal die in de voorlaatste ijstijd, zo'n 150.000 jaar geleden, is gevormd door het uit ScandinaviŽ oprukkende landijs. Om die Heuvelrug heen is in de laatste ijstijd, 70.000 - 10.000 jaar geleden, een dik zandpakket als een deken over het toenmalige landschap neergelegd. In de Middeleeuwen werden de zandvlaktes plaatselijk weer kaal door overbeweiding met schapen. De wind kreeg weer vat op het kale, droge zand. De Lange Duinen is een restant van zo'n stuifzandgebied.

Het zand gaat stuiven als er voldoende wind is, het zand droog is en een beschermende begroeiing ontbreekt. Het zand wordt weer afgezet als de wind haar kracht verliest door obstakels in het landschap, zoals bomen of hoogten in het terrein. In de stuifheuvels en stuifdijken kan het stuifzand een aanzienlijke dikte bereiken. Soms heb je het geluk dat je even een impressie kunt krijgen van de minimale dikte van het stuifzandpakket.

> Lees meer