Rockeskyller Kopf (Eifel) in bewerking


Niënhof en Oostbroek


Rivieren stromen uit gebergten naar zee. Het rivierwater transporteert daarbij grind, zand en klei. Als het water snel stroomt rollen stenen en grind over de rivierbedding. Als het water langzamer gaat stromen stopt het transport van deze grote en zware last, maar zand en klei wordt nog wel meegevoerd. Van de bergen naar de zee zie je dan ook de gemiddelde korrelgrootte afnemen. Een zelfde mechanisme treedt op bij overstromingen. Loodrecht op de rivier zien we in de bedding grind liggen en direct naast de normale bedding wordt een oever van zandig materiaal gevormd. Veel verder van de rivier, waar het water bijna stil komt te staan bezinken pas de fijnste deeltjes die in het water zweven, de kleideeltjes. Op de foto die langs de Lek genomen is, komt de zandige en hoger gelegen oeverwal duidelijk tot uiting.

> Lees meer

Rockeskyller Kopf (Eifel) in bewerking

11 juli 2014

De Eifel staat bekend om zijn vele vulkanen. Er zijn er teveel om elke vulkaan tot een potentieel Aardkundig Monument te benoemen. Bovendien doet zich de vreemde situatie voor dat de vulkanen educatief pas heel mooi worden als ze aangetast worden door de exploitatie van grondstoffen uit de vulkaan. Gelukkig worden het geen platte pannenkoeken, omdat er altijd flinke resten blijven staan.

Tijdens bezoeken in 2003, 2004, 2006 en 2010 hebben we al heel wat vulkanen een of meer keren bezocht. In 2014 hebben we met name in de buurt van Hillesheim diverse vulkanen bezocht. Van 3 bezochte vulkanen in 2014, de Arensberg, de Emmelberg en de Rockeskyller Kopf wil ik op deze website wat meer laten zien.

Bij die bezoeken valt op hoe complex de genese van die vulkanen is. Meestal is er sprake van meerdere uitbarstingen en dan ook nog van verschillende typen. We gaan nu op bezoek bij de Rockeskyller Kopf, een verlaten groeve bij Rockeskyll. Rockeskyll ligt enkele kilometers ten zuiden van Hillesheim.

Ik had een prachtig foto gezien met discordante gelaagdheid met de naam Rockeskyller Kopf.




Ik had het idee dat die foto het restant van de Kopf was. Dat bleek wel mee te vallen. Als je naar de omgeving kijkt zie je nogal wat bolle of kegelvormige heuvels of bergen in het landschap. De Rockeskyller Kopf is ook een dergelijke heuvel.




Hier lopen we in de richting van de Rockeskyller Kopf en het is duidelijk dat hier nog een hoge bolle vorm aanwezig is. Aan het eind van de weg en dus aan de voorkant van de Kopf ligt een grote groeve. Gegraven wordt er niet meer, maar hier en daar wordt er puin gestort.




Hier heb ik van een paar plaatjes een panorama gemonteerd. Van rechts naar links zien we eerst de lokatie van de eerste foto. Midden in het beeld is het diepere gedeelte van de groeve te zien waar we straks een bom oprapen. Helemaal links ligt, niet goed zichtbaar, de krater waar we verderop ook even gaan kijken.




Even terug naar het mooie beginplaatje. Daar zijn links dikke afzettingen te zien uit de tijd dat er een explosiekrater gevormd werd (Maarafzettingen). Schuin daarboven is later as neergedaald en heeft aslagen gevormd, waardoor de discordantie ontstaat die duidelijk maakt dat er meerdere (soorten)erupties zijn geweest.

Onderstaande foto is een detail van foto 1. Goed is te zien dat er bij en na al dat vulkanisch geweld ook breuken kunnen ontstaan. Links van de breuk is een dikke laag met veel nevengesteenten, die bij de explosie meegekomen zijn uit de ondergrond, te zien. Rechts van de breuk komen deze nevengesteente pas veel lager voor.




Foto 1 geeft de suggestie dat het mooie plaatje een geisoleerde heuvel is, maar het eerder getoonde panorama laat al zien dat er nog een lange wand achter zit. Onderstaande foto geeft een impressie van die lange wand.




Hier zijn we afgedaald naar het laagste gedeelte van de groeve (zie ook het panorama). Langs de wand liggen talrijke bommen die ooit de lucht in zijn geblazen.




Die bommen bestaan veelal uit vulkanisch materiaal, maar hier hebben we een bom, die met name bestaat uit gesteente uit de ondergrond, meegenomen.




In het gesteente komen veel fossielen voor. Het zijn zeedieren die ooit in een ondiepe zee geleefd hebben.




Met name de stukjes zeeleliestengel, rond met een gaatje in het midden, zijn zeer opvallend. Ook die zeelelies zijn overigens dieren. Waarschijnlijk hebben de dieren tijdens het Devoon (ca 400 miljoen jaar geleden) hier in een zee geleefd. De zee is ondieper geworden en uiteindelijk zijn kalksteenlagen gevormd, die in de loop der tijd, samenhangend met gebergtevorming, zijn gestegen tot ver boven de huidige zeespiegel.




We verlaten het diepste punt en kijken nog even rond aan de ach, terkant van de groeve. Daar vinden we nog een heel leuk plekje. Aan de rechterzijde is een discordantie zichtbaar, doordat as uit een nieuwe uitbarsting schuin over de min of meer horizontale lagen is neergelegd.

Floris, onze Weimeraner, staat ter hoogte van de krater.




Ik heb veel detailopnames gemaakt van de talrijke verschillende lagen. Hierbij een voorbeeld van het verschil in textuur en structuur binnen enkele centimeters.





Plantage Willem III


Tussen Amerongen en Rhenen vormt de Utrechtse Heuvelrug de noordelijke begrenzing van de rivier de Rijn. De laaggelegen uiterwaarden grenzen via een enkele meters hoge steilrand aan de zandgronden. Op bovenstaande foto is van linksonder naar rechtsboven de overgang tussen verschillende landschapstypen herkenbaar. Langs de rijn liggen de uiterwaarden met kleiputten en een steenfabriek. Na de steilrand volgt eerst de weg met aangrenzende bebouwing en vervolgens een niet beboste zone. Deze bestaat uit smeltwaterafzettingen van het landijs. Vervolgens klimmen we verder tegen de zwaarbeboste stuwwal op, om uiteindelijk weer af te dalen naar de Gelderse Vallei, waarin op de achtergrond Veenendaal zichtbaar is.

Hier kijken we dwars over de Utrechtse Heuvelrug ter plaatse van de voormalige tabaksplantage Willem III. Onder op de foto zijn de groene uiterwaarden te zien. Op de geelgekleurde plantage Willem III getuigen singels nog van voormalige structuren, maar een tiental tabaksschuren is de laatste eeuw wel verdwenen. Helemaal links aan de onderkant van de beboste stuwwal is een kleine verbuiging in de bosrand te zien. Daar ligt het sneeuwsmeltwaterdal dat we straks van dichtbij zullen zien.

> Lees meer