Duurswouderheide


De Bol


In het zuidwesten van de provincie Utrecht zijn in de uiterwaarden van de Lek enkele prachtige aardkundige fenomenen in de vorm van rivierduinen op een voormalig eiland en een getijdekreek te herkennen. De getijdekreek is prima van af de winterdijk te zien. Bij een bezoek aan de rivierduinen moet rekening gehouden worden met de hoogte van het rivierwater in verband met de begaanbaarheid van de strekdam. Prachtig zijn op deze foto ook de copeontginningen in de Lopikerwaard te zien, maar daar gaat het ons nu niet om.

> Lees meer

Duurswouderheide

30 oktober 2010

In Utrecht ken ik diverse vennen. Vorig jaar raakte ik al enthousiast toen ik bij Oisterwijk, in verband met het schrijven van een artikel (zie bronnen), een heel ander type vennen leerde kennen. Op een vakantie in Elsloo wilde ik nu eens pingoruines van dichtbij leren kennen.
Wim de Gans schreef in Grondboor & Hamer dit jaar een artikel over ovale vennen. Er zijn mogelijkheden om dekzanddepressies en pingoruines van elkaar te onderscheiden. (De Gans 2010). Die hebben met name te maken met de opbouw van de depressie of de ruÔne en de directe omgeving. Daar moet je dus de ondergrond voor kennen. De Gans hanteert als vuistregel dat het veen of de waterdiepte in een dekzanddepressie minder dan 2 meter bedraagt. Aan de oppervlakte is weinig verschil te zien omdat in Drenthe de dekzandvorming uit verschillende richtingen heeft plaatsgevonden. Hierdoor kan er ook bij dekzanddepressies een randwal aanwezig zijn.




Uitzichtspunt op een afvalberg op de Duurswouderheide

De wijde omgeving van de Duurswouderheide bestaat uit een grondmorenelandschap. Enkele moerassige beekdalen voeren het overtollige water in zuidwestelijk richting af. Op de grondmorene liggen hier en daar dekzandruggen, die soms later, bijvoorbeeld bij Bakkeveen, nog eens verstoven zijn. De omgeving van de Duurswouderheide is zoín dekzandrug, die nu in bos en heide ligt. Temidden van die begroeiing liggen veelvuldig plasjes.
De literatuur (bijvoorbeeld op internet Geosites) spreekt hier van pingoruines. Een pingo is een grotendeels met ijs gevulde heuvel, die ontstaat wanneer door ondergrondse aanvoer van water een ijslens in de bodem gevormd wordt. Door aangroei van de ijslens ontstaat uiteindelijk een heuvel in het landschap. De opgeheven, bovenop de ijslens gelegen grond erodeert en blubbert naar beneden. Na het definitief afsmelten van de ijslens blijft als resultaat een min of meer ronde laagte met een ruggetje er omheen (randwal) over, een zogenoemde pingoruine.
Zowel de vorming van de pingoruines als de dekzandvorming heeft plaatsgevonden aan het einde van de laatste ijstijd. Het landijs bereikte ons land toen niet. maar er waren hier poolwoestijnen met op vele plaatsen een permanent bevroren ondergond.




Plaatje uit google earth met looproute door het bos- en heidelandschap.

Zoals alle groene terreinbeherende organisaties is Staatsbosbeheer eigenlijk alleen geinteresseerd in planten en dieren. De wandelroute is dan ook weinig creatief aangelegd. Het algemene beeld is een tamelijk vlak heidelandschap waarin hier en daar in de verte een wateroppervlak te zien is. Dat gaat gepaard met een zonering in de begroeiing. Randwallen zijn mede door de grote afstand moeilijk te herkennen en naar de diepte van de vennen kun je alleen raden.




Algemeen beeld tijdens de wandeling

Bij dit plasje kun je spreken van een randwal. Het waterpeil lijkt lager als dat van het water op de achtergrond en het plasje lijkt echter erg ondiep. Volgens de vuistregel van Wim de Gans moeten we dus niet te gauw over een pingoruine spreken, zolang informatie over de ondergrond geen verdere aanwijzing geeft.




Een randwal maakt nog geen pingoruine

In de verte ligt een flinke heuvel. Die kan niet natuurlijk zijn, want de glooiende dekzandruggen zijn hier niet verstoven tot landduinen behorend bij een stuifzandgebied.
Voor het onderhoud van de heide wordt hier geplagd. De plaggen zijn, waarschijnlijk om hoge stortkosten te vermijden, hier ter plaatse gestort in de vorm van een heuvel. Het plezierige bijeffect hiervan is dat mensen die van landschappen houden, zoals aardkundigen, een prachtige uitkijkpost hebben gekregen bovenop deze afvalberg.




Elk nadeel heeft zijn voordeel. Een afvalberg wordt uitkijkpunt.

Het paneel heeft zijn beste tijd gehad, maar het overzicht van het gebied is nog goed herkenbaar, inclusief namen als Modderpoel en Waskemeer. Er staan zelfs een paar woorden over pingoruines op. Op Geosites staat overigens vermeld dat dit (de grootste) pingoruines zijn. Op de site van SBB staat dit uitkijkpunt vermeld als uitzichtplateau om vogels te bekijken.




Wat zien ik?

Op internet komt een breed panorama niet echt over. In de daarop volgende losse afbeeldingen zijn wat meer details te zien.




Gemonteerd panorama vanaf het uitzichtspunt

Een prachtig uitzicht vanaf de afvalberg. Deze afbeelding is het centrale deel van het eerder getoonde panorama. De ronde plas op de achtergrond is de reeds genoemde pingoruine, de Modderpoel.




Op de achtergrond de modderpoel

Dit is het rechterdeel van het panorama. Hier wat kleinere plasjes die op een rij lijken te liggen. Je vraagt je af of dat veroorzaakt wordt door structuren in de ondergrond.
Ook op kaarten is namelijk vaak te zien dat de plasjes in de wijde omgeving min of meer in concentraties voorkomen. Soms doet een lineaire ligging vermoeden dat ze gekoppeld zijn aan voormalige dalen. Daarbij zou het destijds ter plaatse (nagenoeg) ontbreken van een permanent bevroren ondergrond een rol kunnen hebben gespeeld.




Rijen vennetjes

In het zuiden ligt een relatief groot ven, het Waskemeer. Vergeleken met de andere vennetjes lijkt het wel een binnenzee. Als je de luchtfoto uit google earth bekijkt lijkt het Waskemeer wel samengesteld te zijn uit meerdere vennetjes.




Het Waskemeer

Een laatste blik op een ondiep vennetje met op de achtergrond het Waskemeer.

Het is de moeite waard om het gebied te bezoeken en loop in ieder geval even het zijpootje naar de uitkijkpost op de afvalberg.




Bronnen:

Afbeeldingen:
W.Hoogendoorn
Luchtfoto: Google Earth


Literatuur:
Gans, W de, Ovale Vennen in Drenthe. 2010 Grondboor & Hamer 2010 nr 3, p 62 tm 67.
Hoogendoorn, W., Weertz, J&E. 2009 Kampina & Oisterwijkse Bossen en Vennen. Grondboor & Hamer jrg 63, 2009 nr 6, p 167 tm 172
Hoogendoorn, W., Zwerfsteneneiland Maarn en andere aardkundige monumenten. KNNV Uitgeverij 2006
www.aardkundigewaarden.nl/aardkundigemonumenten/detailpagina.php?tuin_ID=280
Lezing 11 van de Stichting Vrienden van het Zwerfsteneneiland Lezing 11 van de Stichting Vrienden van het Zwerfsteneneiland www.geosites.nl/publicaties/68


De korte- en lange duinen


In het oosten van de provincie Utrecht bestaat de bodem voornamelijk uit zandige afzettingen. De kern vormt de enige tientallen meters hoge Utrechtse Heuvelrug. Dat is een stuwwal die in de voorlaatste ijstijd, zo'n 150.000 jaar geleden, is gevormd door het uit ScandinaviŽ oprukkende landijs. Om die Heuvelrug heen is in de laatste ijstijd, 70.000 - 10.000 jaar geleden, een dik zandpakket als een deken over het toenmalige landschap neergelegd. In de Middeleeuwen werden de zandvlaktes plaatselijk weer kaal door overbeweiding met schapen. De wind kreeg weer vat op het kale, droge zand. De Lange Duinen is een restant van zo'n stuifzandgebied.

Het zand gaat stuiven als er voldoende wind is, het zand droog is en een beschermende begroeiing ontbreekt. Het zand wordt weer afgezet als de wind haar kracht verliest door obstakels in het landschap, zoals bomen of hoogten in het terrein. In de stuifheuvels en stuifdijken kan het stuifzand een aanzienlijke dikte bereiken. Soms heb je het geluk dat je even een impressie kunt krijgen van de minimale dikte van het stuifzandpakket.

> Lees meer