Oisterwijkse Vennen dl 2


Mijzen


De provincie Noord Holland heeft op 29 november 2007 haar 9e aardkundige monument benoemd. Dit keer was de polder Mijzen aan de beurt. Een indruk van de landschappelijke ligging van de polder Mijzen krijgen we door de eerste 2 geomorfologische kaartjes. De eerste kaart toont een doorsnede door de provincie Noord Holland. Van links naar rechts zien we de recent gevormde jonge duinen (gele kleuren) langs de kust. Meer het binnenland in ligt van noord nar zuid een hele rij steden. Dat is niet toevallig. Veelal zijn de oude kernen ontstaan op de oude strandwallen (lichtgele kleur) die duizenden jaren geleden (vanaf ca . 4300 v. C.) onze kust markeerden. Veel is daar niet van te zien op de kaart, omdat ze onder de bebouwing liggen. Meer naar het oosten lagen in die tijd zeekleiafzettingen aan het oppervlak. Daarop vormde zich in de loop der tijd dikke veenpakketten.

> Lees meer

Oisterwijkse Vennen dl 2

24 februari 2011
Dit jaar heb ik naar aanleiding van een verzoek van het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap een nieuwe powerpointlezing (Stichting Vrienden van het Zwerfsteneneiland nr 11) gemaakt. Daarin wordt de verhouding tussen aardkundige monumenten en aardkundige excursiepunten kort toegelicht en vervolgens 5 aardkundige excursiepunten, waaronder Oisterwijk, beschreven. Daardoor heb ik honderden plaatjes paraat en dan is het handig om gelijk maar wat op deze site van de aardkundige monumenten te zetten. Deel 1 van de Oisterwijkse Vennen heb ik al lang geleden gemaakt en hier volgt deel 2. Binnenkort volgt ook nog een verhaal over de aangrenzende Kampina.

De hoogtekaart geeft een goede impressie van het gebied. Het is een legenda met een glijdende schaal waarbij blauw het laagst is. Via groen en geel wordt op de hoogste terreindelen een bruine kleur bereikt.

De hogere delen maken deel uit van een brede, zeer lange dekzandrug met een zuidwest noordoost orientatie. Dergelijke ruggen treffen we veelvuldig in Brabant aan.




Hoogtebeeld Oisterwijkse Bossen en Vennen en de Kampina

In de voorgaande afbeelding loopt de Rosep in het midden door een laagte naar het noorden. Links liggen de Oisterwijkse Vennen en rechts de Kampina.
We kijken onder naar een uitsnede. De getallen geven een paar fotopunten aan.
Op de brede en lange dekzandrug blijken met dezelfde orientatie smallere ruggen voor te komen met daar tussenin uitgestoven laagten. De laagten worden veelal omgrensd door lage ruggetjes, maar in het verlengde van de laagten, met andere woorden aan de oostzijde, liggen de hogere verstoven stuifzandduinen. De ruggen en ruggetjes zijn veelal in de laatste periode van de laatste ijstijd (Weichselien) gevormd. De duintjes zijn, gezien het regelmatig ontbreken van dikkere podsolprofielen, over het algemeen van recentere ouderdom.




Uitsnede van de hoogtekaart met fotopunten

Elders op deze site, in deel 1 van de Oisterwijkse Vennen, is het noordelijk gedeelte van de kaart behandeld (lokatie 1: Van Esschenven).

Hier zijn we aangekomen bij een markant punt (2) op de Bosweg. We kijken hier naar het Voorste Goorven. Dit is uitgebaggerd waardoor het opmerkelijk arm aan waterplanten lijkt. Eventuele hoogteverschillen met het aangrenzende land zijn niet te zien, omdat de randen van de vennen dicht begroeid zijn.




Voorste Goorven

Als we in zuidwestelijke richting kijken dan zien we het Heiven. Dat is een heel ander gezicht met opvallend veel begroeiing.




Het Heiven

Als we een goed uitzichtspunt naast de Bosweg zoeken, dan kunnen we beide vennen in een oogopslag zien. Daar zien we dat het waterpeil in het Heiven duidelijk hoger staat als in het Voorste Goorven. Kennelijk heeft het Heiven hier een ondoorlatende bodem die wat hoger ligt, waardoor het verschil in waterpeil kan ontstaan.




Verschil in peil oppervlaktewater tussen Heiven en Voorste Goorven

We zijn nu opgerukt naar punt 3, het Achterste Goorven. We kijken loodrecht op de lengterichting van de langgerekte laagte. In het midden zien we wat smalle waterpartijen. Aan de overzijde schemeren hogere landduinen tussen de dichte opgaande begroeiing.




Zicht dwars op het Achterste Goorven

Vijftig meter verder kunnen we in de lengterichting van de laagte kijken. De uitgeblazen laagte is nagenoeg verland. Door uitbaggeren zou visueel een langgerekt dal, vergelijkbaar met bijvoorbeeld het Van Esschenven kunnen ontstaan. Maar waarom zouden we dat doen? We vernietigen daardoor het bodemarchief en bovendien kunnen we hier nu goed zien hoe een verlandend ven eruit ziet.




Zicht in de lengterichting van het Achterste Goorven

Hier stroomt de Rosep in volle glorie. Als we de laagte op de hoogtekaart bekijken dan zouden we mogelijk iets imposanters verwachten.




De Rosep

Op de hoogtekaarten is namelijk een wat bredere laagte langs de beek herkenbaar. Het dal heeft, zeker plaatselijk, ook onder andere klimatologische omstandigheden gefunctioneerd.
We moeten bedenken dat in de laatste ijstijd hier permafrost omstandigheden heersten. De beken hadden een meer vlechtend karakter en vervoerden en verspoelden in korte tijd veel zand en leem maar bleven daarna geruime tijd nagenoeg droog. Die smeltwaterdalen raakten op het einde van de laatste ijstijd soms verstopt door uitgebreide dekzandvorming door zuidwestelijke winden. Het smeltwater werd dan soms gedwongen weer andere wegen te zoeken. De recentere meanderende beken maken vaak nog gebruik van de oude laagten. Die dalen zijn dan nu soms wat oversized voor de huidige beken.




Nogmaals de Rosep

Door de dichte begroeiing en de gefixeerde ligging van de paden valt het niet mee om de dalwanden in het terrein vast te leggen op een foto.

Als vervolg hierop zal een artikel over de Kampina gemaakt worden.




Plaatselijke dalwand

Bronnen:

Afbeeldingen:
BOHO-team.
AHN kaart: Provincie Noord-Brabant


Literatuur:
Hoogendoorn, W., Weertz, J&E. 2009 Kampina & Oisterwijkse Bossen en Vennen. Grondboor & Hamer jrg 63, 2009 nr 6, p 167 tm 172
Hoogendoorn, W., Zwerfsteneneiland Maarn en andere aardkundige monumenten. KNNV Uitgeverij 2006
Lezing 11 van de Stichting Vrienden van het Zwerfsteneneiland


Niënhof en Oostbroek


Rivieren stromen uit gebergten naar zee. Het rivierwater transporteert daarbij grind, zand en klei. Als het water snel stroomt rollen stenen en grind over de rivierbedding. Als het water langzamer gaat stromen stopt het transport van deze grote en zware last, maar zand en klei wordt nog wel meegevoerd. Van de bergen naar de zee zie je dan ook de gemiddelde korrelgrootte afnemen. Een zelfde mechanisme treedt op bij overstromingen. Loodrecht op de rivier zien we in de bedding grind liggen en direct naast de normale bedding wordt een oever van zandig materiaal gevormd. Veel verder van de rivier, waar het water bijna stil komt te staan bezinken pas de fijnste deeltjes die in het water zweven, de kleideeltjes. Op de foto die langs de Lek genomen is, komt de zandige en hoger gelegen oeverwal duidelijk tot uiting.

Ten zuidoosten van de stad Utrecht ligt het Kromme Rijngebied. Dat is een rivierkleigebied waarvan de afzettingen uitwiggen over de dekzandondergrond op de flank van de stuwwal. De naam Kromme Rijngebied doet vermoeden dat dit gebied bestaat uit afzettingen van het riviertje de Kromme Rijn. De Kromme Rijn was omstreeks het begin van de jaartelling weliswaar een machtige Rijntak, maar dat is toch teveel eer. De afzettingen ten zuiden van de Kromme Rijn zijn voor het merendeel afgezet door eerdere Rijnsystemen, namelijk het Houtense en het Werkhovense systeem. Het pittoreske riviertje dat de huidige Kromme Rijn nu is, vormt dus slechts een mager restant van een eertijds machtige indrukwekkende loop van de Rijn.

> Lees meer