Oisterwijkse Vennen dl 2


De korte- en lange duinen


In het oosten van de provincie Utrecht bestaat de bodem voornamelijk uit zandige afzettingen. De kern vormt de enige tientallen meters hoge Utrechtse Heuvelrug. Dat is een stuwwal die in de voorlaatste ijstijd, zo'n 150.000 jaar geleden, is gevormd door het uit ScandinaviŽ oprukkende landijs. Om die Heuvelrug heen is in de laatste ijstijd, 70.000 - 10.000 jaar geleden, een dik zandpakket als een deken over het toenmalige landschap neergelegd. In de Middeleeuwen werden de zandvlaktes plaatselijk weer kaal door overbeweiding met schapen. De wind kreeg weer vat op het kale, droge zand. De Lange Duinen is een restant van zo'n stuifzandgebied.

> Lees meer

Oisterwijkse Vennen dl 2

24 februari 2011
Dit jaar heb ik naar aanleiding van een verzoek van het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap een nieuwe powerpointlezing (Stichting Vrienden van het Zwerfsteneneiland nr 11) gemaakt. Daarin wordt de verhouding tussen aardkundige monumenten en aardkundige excursiepunten kort toegelicht en vervolgens 5 aardkundige excursiepunten, waaronder Oisterwijk, beschreven. Daardoor heb ik honderden plaatjes paraat en dan is het handig om gelijk maar wat op deze site van de aardkundige monumenten te zetten. Deel 1 van de Oisterwijkse Vennen heb ik al lang geleden gemaakt en hier volgt deel 2. Binnenkort volgt ook nog een verhaal over de aangrenzende Kampina.

De hoogtekaart geeft een goede impressie van het gebied. Het is een legenda met een glijdende schaal waarbij blauw het laagst is. Via groen en geel wordt op de hoogste terreindelen een bruine kleur bereikt.

De hogere delen maken deel uit van een brede, zeer lange dekzandrug met een zuidwest noordoost orientatie. Dergelijke ruggen treffen we veelvuldig in Brabant aan.




Hoogtebeeld Oisterwijkse Bossen en Vennen en de Kampina

In de voorgaande afbeelding loopt de Rosep in het midden door een laagte naar het noorden. Links liggen de Oisterwijkse Vennen en rechts de Kampina.
We kijken onder naar een uitsnede. De getallen geven een paar fotopunten aan.
Op de brede en lange dekzandrug blijken met dezelfde orientatie smallere ruggen voor te komen met daar tussenin uitgestoven laagten. De laagten worden veelal omgrensd door lage ruggetjes, maar in het verlengde van de laagten, met andere woorden aan de oostzijde, liggen de hogere verstoven stuifzandduinen. De ruggen en ruggetjes zijn veelal in de laatste periode van de laatste ijstijd (Weichselien) gevormd. De duintjes zijn, gezien het regelmatig ontbreken van dikkere podsolprofielen, over het algemeen van recentere ouderdom.




Uitsnede van de hoogtekaart met fotopunten

Elders op deze site, in deel 1 van de Oisterwijkse Vennen, is het noordelijk gedeelte van de kaart behandeld (lokatie 1: Van Esschenven).

Hier zijn we aangekomen bij een markant punt (2) op de Bosweg. We kijken hier naar het Voorste Goorven. Dit is uitgebaggerd waardoor het opmerkelijk arm aan waterplanten lijkt. Eventuele hoogteverschillen met het aangrenzende land zijn niet te zien, omdat de randen van de vennen dicht begroeid zijn.




Voorste Goorven

Als we in zuidwestelijke richting kijken dan zien we het Heiven. Dat is een heel ander gezicht met opvallend veel begroeiing.




Het Heiven

Als we een goed uitzichtspunt naast de Bosweg zoeken, dan kunnen we beide vennen in een oogopslag zien. Daar zien we dat het waterpeil in het Heiven duidelijk hoger staat als in het Voorste Goorven. Kennelijk heeft het Heiven hier een ondoorlatende bodem die wat hoger ligt, waardoor het verschil in waterpeil kan ontstaan.




Verschil in peil oppervlaktewater tussen Heiven en Voorste Goorven

We zijn nu opgerukt naar punt 3, het Achterste Goorven. We kijken loodrecht op de lengterichting van de langgerekte laagte. In het midden zien we wat smalle waterpartijen. Aan de overzijde schemeren hogere landduinen tussen de dichte opgaande begroeiing.




Zicht dwars op het Achterste Goorven

Vijftig meter verder kunnen we in de lengterichting van de laagte kijken. De uitgeblazen laagte is nagenoeg verland. Door uitbaggeren zou visueel een langgerekt dal, vergelijkbaar met bijvoorbeeld het Van Esschenven kunnen ontstaan. Maar waarom zouden we dat doen? We vernietigen daardoor het bodemarchief en bovendien kunnen we hier nu goed zien hoe een verlandend ven eruit ziet.




Zicht in de lengterichting van het Achterste Goorven

Hier stroomt de Rosep in volle glorie. Als we de laagte op de hoogtekaart bekijken dan zouden we mogelijk iets imposanters verwachten.




De Rosep

Op de hoogtekaarten is namelijk een wat bredere laagte langs de beek herkenbaar. Het dal heeft, zeker plaatselijk, ook onder andere klimatologische omstandigheden gefunctioneerd.
We moeten bedenken dat in de laatste ijstijd hier permafrost omstandigheden heersten. De beken hadden een meer vlechtend karakter en vervoerden en verspoelden in korte tijd veel zand en leem maar bleven daarna geruime tijd nagenoeg droog. Die smeltwaterdalen raakten op het einde van de laatste ijstijd soms verstopt door uitgebreide dekzandvorming door zuidwestelijke winden. Het smeltwater werd dan soms gedwongen weer andere wegen te zoeken. De recentere meanderende beken maken vaak nog gebruik van de oude laagten. Die dalen zijn dan nu soms wat oversized voor de huidige beken.




Nogmaals de Rosep

Door de dichte begroeiing en de gefixeerde ligging van de paden valt het niet mee om de dalwanden in het terrein vast te leggen op een foto.

Als vervolg hierop zal een artikel over de Kampina gemaakt worden.




Plaatselijke dalwand

Bronnen:

Afbeeldingen:
BOHO-team.
AHN kaart: Provincie Noord-Brabant


Literatuur:
Hoogendoorn, W., Weertz, J&E. 2009 Kampina & Oisterwijkse Bossen en Vennen. Grondboor & Hamer jrg 63, 2009 nr 6, p 167 tm 172
Hoogendoorn, W., Zwerfsteneneiland Maarn en andere aardkundige monumenten. KNNV Uitgeverij 2006
Lezing 11 van de Stichting Vrienden van het Zwerfsteneneiland


De Grebbeberg


In 1995, het Europees Natuurbeschermingsjaar, werden veel projecten op het gebied van natuur en landschap uitgevoerd. Een heel bijzonder initiatief werd genomen door de provincie Utrecht. Zij stelde de niet-levende natuur centraal met haar idee om een landelijk netwerk te ontwikkelen van Aardkundige Monumenten. Uiteraard werd daarbij begonnen in de provincie Utrecht. Als eerste aardkundig monument werd door gedeputeerde Staten de zuidflank van de Grebbeberg benoemd.

De Grebbeberg is de zuidelijke punt van een tientallen meters hoge stuwwalrug, die in een boog van Amersfoort naar Rhenen loopt.. Deze stuwwal is zon 150.000 jaar geleden gevormd door honderden meters dik landijs dat langzaam van ScandinaviŽ naar Nederland "stroomde". Ooit liep de stuwwal nog verder naar het zuiden om vervolgens weer naar het noorden om te buigen en aan te sluiten op de stuwwal van Ede - Wageningen.

Door het woeste water van de Rijn werd de zuidelijke punt van de stuwwalboog langzamerhand weggeslagen en naar zee getransporteerd. Wat overbleef was een zeer steile helling voor Nederlandse begrippen. We denken immers vaak dat Nederland zo plat is als een pannenkoek. Via een bielzen trap kunnen we de steile helling beklimmen en bij goed weer boven van een prachtig uitzicht over het rivierengebied genieten.

> Lees meer