Orgelpijpen in de Julianagroeve


De korte- en lange duinen


In het oosten van de provincie Utrecht bestaat de bodem voornamelijk uit zandige afzettingen. De kern vormt de enige tientallen meters hoge Utrechtse Heuvelrug. Dat is een stuwwal die in de voorlaatste ijstijd, zo'n 150.000 jaar geleden, is gevormd door het uit Scandinavië oprukkende landijs. Om die Heuvelrug heen is in de laatste ijstijd, 70.000 - 10.000 jaar geleden, een dik zandpakket als een deken over het toenmalige landschap neergelegd. In de Middeleeuwen werden de zandvlaktes plaatselijk weer kaal door overbeweiding met schapen. De wind kreeg weer vat op het kale, droge zand. De Lange Duinen is een restant van zo'n stuifzandgebied.

> Lees meer

Orgelpijpen in de Julianagroeve

6 mei 2012

In de omgeving van Cadier en Keer liggen diverse, in aardkundig opzicht, interessante groeves. Enkele groeves zijn toegankelijk of men kan in ieder geval de bijzondere kenmerken zien. Ook geeft een informatiepaneel de broodnodige toelichting. Het is immers zoveel plezieriger als je ook een beetje kunt begrijpen wat je ziet. Dichtbij ligt de Koeberg-groeve (boven) maar we gaan nu kijken bij de Juliana- ook wel genoemd Schiepersberggroeve (rechts).




Ligging Julianagroeve (rechts) en de groeve Koeberg (boven)

Zicht op de Julianagroeve met een informatiepaneel. Er staat weliswaar een hek omheen, maar je hebt een prachtig zicht op een mooie kalkwand met een hele serie orgelpijpen.

Op het informatiepaneel staat vermeld dat in het Boven-Krijt (80 tot 65 miljoen jaar geleden) Zuid-Limburg overstroomd was door een zee. Ontelbare kalkskeletjes van afgestorven plankton hebben hier een dik kalkpakket gevormd.




Zicht op de groeve

De kalksteen behoort tot de Formatie van Maastricht. Ook ligt hier als onderdeel van de Formatie van Maastricht de typelocatie van het laagpakket van Schiepersberg. In die zin is het niet alleen een fotogenieke, maar ook een belangrijke groeve.




Het informatiepaneel

Een prachtig plaatje. In de kalksteen is op door scheuren verzwakte plekken de kalksteen opgelost. In de langwerpige oplossingsgaten is de bovengrond weggezakt. Die bovengrond bestaat voornamelijk uit erosiemateriaal, fluviatiele afzettingen van de Maas en eventueel wat windafzettingen (loess).




Een heel orgel

Ik kan me voorstellen dat we hier een horizont tussen twee kalkpakketten binnen de Formatie van Maastricht zien, maar zeker weten doe ik het niet.




Mogelijk een horizont binnen de kalkpakketten

Roestige grindafzetting en erosiemateriaal in een orgelpijp.




Orgelpijp

Het is meer van hetzelfde, maar het blijven mooie plaatjes van die orgelpijpen. De komende plaatjes zijn details van deze overzichtsfoto.




Orgelpijp

Dit is een detail (linksonder) van de vorige foto.




Detail van vorige foto

En hier is op een smalle nog opgevulde orgelpijp ingezoomd (detail van midden boven).




Een andere detail: een nog opgevulde smalle orgelpijp

De Julianagroeve loopt nog een stuk door. Omdat het gebied eigenlijk afgesloten is beperk ik me hier tot deze impressie van de achterwand.




Achterwand van de Julianagroeve

Bronnen:
Afbeeldingen:
BOHOteam
Literatuur: Felder, W., 2003. Bodemschatten van Zuid-Limburg. Uitgave: VVV Zuid-Limburg, Natuurhistorisch Museum Maastricht en stichting IKL.


Mijzen


De provincie Noord Holland heeft op 29 november 2007 haar 9e aardkundige monument benoemd. Dit keer was de polder Mijzen aan de beurt. Een indruk van de landschappelijke ligging van de polder Mijzen krijgen we door de eerste 2 geomorfologische kaartjes. De eerste kaart toont een doorsnede door de provincie Noord Holland. Van links naar rechts zien we de recent gevormde jonge duinen (gele kleuren) langs de kust. Meer het binnenland in ligt van noord nar zuid een hele rij steden. Dat is niet toevallig. Veelal zijn de oude kernen ontstaan op de oude strandwallen (lichtgele kleur) die duizenden jaren geleden (vanaf ca . 4300 v. C.) onze kust markeerden. Veel is daar niet van te zien op de kaart, omdat ze onder de bebouwing liggen. Meer naar het oosten lagen in die tijd zeekleiafzettingen aan het oppervlak. Daarop vormde zich in de loop der tijd dikke veenpakketten.

We zin daar nu een afwisseling van blauwe en paarse kleuren op de geomorfologische kaart. De lichtblauwe kleur (letter A) geeft een ‘vlakte van zee- of meerbodemafzettingen’ weer. Hier lag ooit ook een moerassig veengebied. Het veen is echter in de Middeleeuwen plaatselijk weggegraven en door erosie zijn natuurlijke watergangen vergroot tot imposante meren. Deze meren zijn in de 17e eeuw drooggelegd. Op de linkerkant van de foto ligt de Schermer, die in 1635 is drooggelegd. Rechtsonder ligt de Beemster. In het midden ligt Schermerhorn, met in het noorden Polder Mijzen (B) en in het zuiden de Eilandspolder (C). De polder Mijzen staat op de Geomorfologische kaart aangegeven als een ontgonnen veenvlakte. Het is een agrarisch gebied met hoge waterstanden en brede sloten. In de Eilandspolder staan op de geomorfologische kaart zogenoemde petgaten aangegeven. Het veen is hier uitgebaggerd en op de legakkers te drogen gelegd, waarna het uiteindelijk als turf opgestookt kon worden.

> Lees meer